Ik zat in de stiltecoupé, bij toeval, en eigenlijk wil ik daar nooit zitten. Er praten namelijk altijd mensen in de stiltecoupé – ook nu weer – en dat stoort me op die plek veel meer dan in de coupé waar je gewoon mag praten. Daar hoef ik ook niet per se te horen over het maagzuur waar Mariska (met een Gooise ‘r’) de afgelopen weken last van had en de vriend van het meisje met wie Mariska in gesprek was die een paniekaanval kreeg, maar dan hoef ik me in ieder geval niet ook te storen aan het feit dat Mariska zich niet aan de regels houdt.
‘Ja,’ zei Mariska, ‘als dat de eerste keer gebeurt kun je daar echt niet boos om worden.’ Ik vroeg me af wanneer het wel redelijk is om boos te worden op iemand die een paniekaanval krijgt.
Vroeger vroeg ik mensen nog wel eens om stil te zijn, maar dat moest ik dan bij ieder station opnieuw doen en bij iedere treinreis. Totdat ik besloot dat het minder energie kostte om in de gewone coupé te zitten waar ik me dan alleen nog aan het praten hoefde te storen. In die coupé kan het alleen nog maar meevallen met de overlast, in de stiltecoupé valt het altijd tegen.
‘Ik weet het niet. Ik vind het best wel raar,’ zei de vriendin van Mariska. Ik wilde zeggen dat ik het best wel raar vond dat zij aan het ouwehoeren waren in een stiltecoupé en dat dat dus wel een goede reden was om boos te worden, maar het was me mijn energie niet waard. Ik stond op en liep naar de gewone coupé. Gegarandeerd geluid bevalt me beter dan de hopeloze hoop op stilte.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail