“Liefde is echt heel moeilijk.” “Ja, het is ingewikkeld,” zeggen ze terwijl ze elkaar meewarig aankijken en knikken. Hoofd half schuin, ogen een beetje toegeknepen; niet dicht en niet van de lucht, maar op zo’n manier dat het sympathie betekent. Ze begrijpen elkaar. Liefde is moeilijk en ingewikkeld en hard werken. Ik sta niet al te ver weg, misschien een meter, van hen vandaan op het perron waar onlangs lichtbakken zijn geplaatst die je vertellen hoe lang de trein is. Grote gele lampen lichten op zodra een trein in aantocht is, en pas na de tweede keer kijken had ik door dat het niet gewoon gele lampen waren maar een afbeelding van een trein. De trein die eraan komt, en dat de lichtbak precies weergeeft waar de trein gaat stoppen en hoe lang hij is. Waar de eersteklas rijtuigen zich bevinden. Ik kijk naar zo’n trein op de lichtbak en hoor hun gesprek. Niet omdat ik het afluister, maar omdat er naast het kijken naar die lichtbak zo weinig te doen is dat ik het eigenlijk niet kan voorkomen. Terwijl zij knikken en meewarig kijken ben ik haast onder de indruk van hun grote kennis over de liefde. Mijn hart klopt, maar behalve dat het klopt weet ik over mijn hart niet heel veel. Het voelt van alles, jawel, maar ik zou willen dat ik zo ver tot het begrip kwam dat ‘moeilijk’ en ‘ingewikkeld’ de woorden waren die ik vond passen. De waarheid is dat ik van het hele gebeuren zo weinig begrijp dat zelfs die woorden te hoog gegrepen zijn om iets te duiden over mijn begrip.

Van alle dingen die, als moeilijk het juiste woord is, moeilijk zijn is verliefd worden of nog lichter: iemand leuk vinden, het moeilijkst van alles. Nog nooit heb ik het doorgehad als iemand mij leuk vond, en nog nooit heb ik ook maar een klein beetje het lef gehad om het aan de desbetreffende man te vertellen als ik hem leuk vond. Ik weet alleen maar het gevoel en de erkenning van de erbarmelijke staat van mijn sociale vaardigheden in het moment dat ik me realiseer dat het aan de hand is. Het gevoel dat langzaam omslaat van vrolijke vlinders naar het gevoel van dronken in die kermisattractie stappen die een lange arm is waar je aan rond word geslingerd alsof je een doodswens hebt, wat ik weet omdat ik dat heb gedaan. Misschien dat er mensen zijn die dit aandoenlijk vinden, maar neem van mij aan; het is alles behalve dat. Ik heb in alle schakeringen van de liefde het genetisch profiel van een geurkaars. Op het eerste gezicht misschien alleraardigst, maar als het vuur eenmaal is aangewakkerd wordt het al snel te intens en waarschijnlijk krijg je er hoofdpijn van.

Een vriendin van mij werd twee jaar geleden verliefd op een vrouw en deed toen wat voor mij volstrekt onmogelijk is; ze maakte een afspraak met die vrouw en vertelde het haar. En daarna vertelde ze mij daarover. Ik vroeg haar hoe het kon dat ze zo dapper was dat ze dit zomaar vertelde aan de dame in kwestie en ze antwoordde: ‘maar je weet het toch wel als iemand jou ook leuk vindt?’ Op dat antwoord had ik niet gerekend, want ik heb dat nog nooit doorgehad. Als ik ooit een kampioenschap zou winnen (behalve de caprilliproef van 1996) dan zou ik alleen durven garanderen dat ik de onbetwiste kampioen ben in het niet kunnen lezen van andermans intenties. Tenzij ze voor me uitgesproken of geschreven worden kun je er in principe vanuit gaan dat ik het niet snap, maar nog veel vaker kun je er vanuit gaan dat ik het denk te snappen en het dan verkeerd begrepen heb. Het is een talent en een last. Zelf iets zeggen lukt ook niet; meer dan eens heb ik mij voorgenomen iets over mijn gevoelens te delen met de man in kwestie, waarop ik in paniek raak en acuut een TIA krijg waardoor al mijn spraakvermogens tijdelijk verloren gaan. Dus staar ik wat ongemakkelijk om me heen en, na wat voelt als jaren, probeer ik me er dan vanaf te maken met een onbelangrijke vraag of een leuk bedoelde opmerking die vermoedelijk minder leuk is dan ik op dat moment denk. Zo gedraag ik me dan het ene moment als een puppy richting de man en kan het zomaar zijn dat ik het volgende moment een blinde vlek heb, precies op de plaats waar hij zich bevindt; het zijn de gevolgen van een TIA, maar probeer dat maar eens uit te leggen zonder daarin te onthullen waar die door veroorzaakt wordt.

Een ander gevolg van de lichte liefde is het plotselinge verlies van mijn motorische vaardigheden: ik loop niet meer, ik val. Het soort vallen dat je nog net kunt opvangen door steeds je ene voet voor de andere te zetten en dan te doen alsof je alles volledig onder controle hebt. Zoals je rent van een heuvel af en dan doet alsof dat heel gecoördineerd rennen is in plaats van net-niet-vallen. Terwijl iedereen ziet dat dat wel zo is, en terwijl jij weet dat zij weten dat dat zo is, maar je toch maar blijft doen alsof. Je kunt ook niet meer stoppen als je eenmaal begonnen bent met rennen, en zolang je niet op de grond ligt is het feitelijk correct te stellen dat je niet gevallen bent. Terwijl de waarheid is dat je de grond niet kunt raken omdat die steeds langzaam wegzakt onder je voeten. Niet dat dat erg is, want inmiddels weet je ook dat verzwolgen worden door een aardverschuiving veel minder erg is dan proberen iemand flirterig aan te raken wanneer je daar niet goed in bent en het daardoor meer wegheeft van een mot die keer op keer tegen een lamp aan vliegt dan van een mens dat een ander mens iets duidelijk probeert te maken. Maar ach, zo lang je niet op de grond ligt ben je niet gevallen, toch?

Als mijn hart niet zo gerafeld was en aan elkaar hing met losse steken en klodders secondelijm had ik misschien al een keer iets ‘echts’ gezegd, maar het is eng en het is gevaarlijk en er is een primitief deel in mijn brein dat er alles aan doet om te voorkomen dat ik weer aan de slag moet met lijm en naald en draad.  Dus sta ik zaterdagnacht in een klein zaaltje te salsadansen terwijl ik dat helemaal niet kan, met mannen die zich storen aan hoe slecht ik salsadans. Om te vermijden dat ik doe wat ik niet kan, want ook als het licht en vers is, is het breekbaar en ik kan niet zo goed breekbaar zijn. Ik kan zingen en slecht salsadansen en omgaan met agressieve dronken mensen en heel hard werken en grapjes maken en een beetje tekenen en oneindig lang doen alsof ik niet val. En liefhebben. En daarvoor val ik graag in zwarte gaten in de grond, maar dat vereist natuurlijk wel het godverse lef om dat een keer hardop te zeggen. Ik bedoel maar: ik bewonder die twee mensen op dat station, want bij hen leek het net alsof er niets te vallen viel.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail