Ondoenlijk

Winnie's website

Over zwarte busjes en dat ik niemand vermoorden kan

Bij mijn vorige baan had ik het grote genoegen mijn bureau te delen met drie mannen. We zaten aan hetzelfde blok, hadden dezelfde humor en konden goed samenwerken. Dus dat was leuk. Eén ding was echter minder leuk: de man die schuin tegenover me zat en mij leuk vond. Deze man, ik zal hem Boris noemen, want zo heet hij, was eerst gemeen, toen aardig en toen deed hij me een impertinent voorstel per e-mail. Hij schreef dat hij een fetisj had en graag een avond met me wilde doorbrengen. (Ja, precies. Urlgh!) Ik zei Boris dat ik daar geen zin in had, en daarmee was wat mij betreft de kous af. Na een korte periode van intense woede over het blauwtje dat hij had gelopen konden we het wel weer met elkaar vinden, en toen ging ik weg om bij een ander bedrijf te werken. Ik vond het jammer mijn blokje mannen te verlaten, maar dat ik Boris niet meer zou zien vond ik eigenlijk een heel goed idee.
Maar toen kreeg ik een sms’je met kerst. Lieve Winnie, en dat ik maar een hele fijne kerst mocht hebben en misschien vond ik het leuk om een keer met hem uit eten te gaan? Ik zei dat ik wel een keer uit eten wilde met de mannen van het blokje (dus niet met jou alleen Boris, hint, hint!), en aldus geschiedde deze vrijdagavond. Moesten ze me nog ophalen? Fijn, zei ik, want mijn fiets is bij de fietsenmaker. (Ok, daar stond hij niet echt, maar ik ben een opportunist en sla een gratis lift niet af, als het me een fietstochtje door de kou bespaart.) Grote schrik echter toen Boris alleen voor mijn deur stond. Onmiddellijk gingen alle alarmbellen bij mij af, en ik was er al van overtuigd dat hij de rest niet eens had verteld dat we uit eten zouden gaan, en ik de hele avond met hem alleen moest doorbrengen. Tot overmaat van ramp reed hij ook nog in een zwart busje met zo’n hek achter de bestuurder, zodat je er drie moordlustige honden in kunt verstoppen. De nieuwe Dexter was geboren.
Het bleek allemaal een lichtelijk overdreven aanval van mijn hersenen. We reden rustig naar het restaurant, waar de andere oud-collega’s al op mij zaten te wachten, en we een gezellige avond hadden, vol met verhalen over het bedrijf waar ik ooit werkte. Maar het ontging me niet dat Boris steeds harder ging praten en steeds meer aandacht begon te vragen. Waar ik na een half jaar was vergeten waarom ik ook alweer zo blij was dat ik hem nooit meer hoefde te zien, kwamen de redenen nu als voorbij scheurende Ferrari’s mijn herinnering uit geracet. Langzaam raakte Boris’ busje weer gevuld met lijken en woeste herders. Het totaal blind zijn voor ongemakkelijke situaties. Het teveel aandacht vragen. Het te hard lachen. Het te veel oog hebben voor wat ik aan had vorig jaar op precies deze dag. Te veel door vragen, en niet, maar dan ook niet willen zien dat ik totaal niet geïnteresseerd ben in hem.
Alle drie vroegen ze me meerdere keren of ik alsjeblieft terug wilde komen, waarop ik steevast ‘nee’ antwoordde, ondanks dat het natuurlijk vleiend is dat ze dat zo graag wilden. Maar nee. Niet alleen omdat het een transportbedrijf is en ik me liever bezighoud met theater, maar vooral omdat ik met geen stok meer terug te slaan ben naar het bureau waar ik schuin tegenover die half kalende, verliefde maniak moet zitten. Maar daarmee was ik natuurlijk nog niet thuis. Boris had me gebracht in zijn duistere Dexter bus en stond erop dat hij me nu ook weer thuis zou brengen, ondanks tegensputteren en de mededeling dat ik de bus wel zou nemen.
Nu kreeg mijn moordlust de overhand. Ik nam me voor nu eens en voor altijd zijn bevlieging de keel door te snijden en dood te laten bloeden in zijn busje. Dat klinkt namelijk heel stoer, en zo klonk het ook in mijn hoofd. In de praktijk reed hij me netjes naar huis en onderwijl praatten we over dat ik weg was en dat hij me zo miste. Ik deed helemaal niets. Ik zei alleen maar dat ik het naar mijn zin had bij mijn nieuwe baan en niet terug ging komen. Bij mijn huis aangekomen maakte Boris zijn gordel zelfverzekerd los en vroeg: ‘Zo. Zullen we nog even koffie drinken bij jou boven?’ ‘Nee, Boris. Nee.’ ‘Oh, nou dat is dan jammer.’ ‘Dag Boris.’ Ik wilde de deur open doen, maar het slot haperde. Quasi nonchalant, maar licht paniekerig: ‘Gaat deze deur nog open of wat?’ ‘Gewoon nog een keer proberen.’ ‘Ah ok. Dag Boris.’ ‘Dag Winnie.’ Wat zo stoer klonk in mijn hoofd was te stoer om hardop te zeggen. Ik kon niet de aanval kiezen en korte metten maken met de situatie die ik al de hele avond uit de verte zag opdoemen als de ijsberg van Titanic. In plaats daarvan vluchtte ik weg,  gewoon om maar niet meer met hem in de auto te zitten en te hopen dat hij nu doorhad dat het nooit ging gebeuren. Ik weet het. Ik ben een slapjanus. Maar in ieder geval was ik veilig thuis, alleen. En Boris en zijn psycho busje gingen lekker naar huis, waar zijn vriendin op hem zat te wachten. Want dat was trouwens ook nog eens het geval.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

1 Comment

  1. Haha, ik zie ook altijd van rampscenario’s voor me terwijl er achteraf niets is gebeurd, haha :).

Leave a Reply

Your email address will not be published.

*

© 2017 Ondoenlijk

Theme by Anders NorenUp ↑