Lieve lievelingscollega,

De laatste keer dat ik je schreef was het omdat Johan Cruijff me aan het huilen had gemaakt. Nu schrijf ik je eigenlijk vooral omdat ik al zo lang niet meer heb gehuild, en dat is gek, want ik ben nogal een jankerd. Eén babyolifant op Animal Planet en ik schiet al vol; dat is de reden dat ik geen reclames kijk op die zender. Iedere keer dat ik die kreupele ezels zie eindig ik in de foetushouding op mijn bed, met tranen over mijn wangen en mijn teddybeer in de hand. Hoe anders is dat met mensen; hun hulpeloosheid vind ik vaak lachwekkend, die van mezelf nog het meest. Een aantal dagen geleden las ik dat iemand die ik ken is overleden; zelf kende ik haar niet goed, en ik had dan ook niet de behoefte om een persoonlijk bericht op haar Facebook pagina te schrijven aan haar, alsof ze het ooit nog zou lezen. Heel veel andere mensen wel, en dat wist ik omdat ik bij sterfgevallen kennelijk de morbide behoefte krijg om zeer persoonlijke berichten te lezen van mensen die op hun manier via Facebook afscheid nemen van iemand. Het was ook dat deze vrouw zelf heel erg geaard was, en in verbinding stond met haar innerlijke godin, terwijl ik dat helemaal niet heb. Ik sta zelf heel erg in verbinding met mijn innerlijke vuilnisman, die voyeuristische trekjes heeft en teveel eet. Niet dat ik geheel gevoelloos ben, maar ik verbaas me eerder over sommige berichten dan dat ik erdoor ontroerd raak. De meneer die schrijft dat hij kort voor het afscheid nog naar zijn cursus uit het basisjaar Sexual Grounding gaat bijvoorbeeld. Zelf dacht ik, pervers als ik ben, dat het een nieuw soort rollenspel was. Blijkt dat Grounding helemaal niet staat voor huisarrest, maar voor wortelen, en dat de cursus je leert om te aarden in je seksuele zelf. Ik had het kunnen weten. De bedoeling van seksueel wortelen (wat veel minder sexy klinkt in het Nederlands) is dat je de stroom tussen hart en geslacht herstelt, en dat je het recht op de door de natuur gegeven seksuele zelfexpressie opnieuw claimt. Kortom, ik kan er geen touw aan vastknopen. Het is iets spiritueels wat mij heel vergezocht in de oren klinkt. Het is een nieuwe manier om iets natuurlijks weer heel ingewikkeld te maken, waardoor ik nu gelijk weer denk dat ik alles met seks verkeerd doe, net zoals ik de meeste andere dingen verkeerd doe, en het gekke is dat ik nooit weet dat ik het fout doe totdat er zo’n therapie in het leven wordt geroepen die mij vertelt dat ik het verkeerd doe. Het is een beetje zoals met toffe racefietsen. Eerst wilde ik helemaal geen toffe racefiets, maar gewoon een gelukkig leven en een paar gezellige vrienden, misschien een leuke vriend als alles meezit, maar als iedereen het dan ineens heeft over toffe racefietsen, dan vergeet ik zelf wat ik eigenlijk wil, en dan wil ik ineens een toffe racefiets. En ik houd niet eens van fietsen. Het is niet dat ik die meneer wil veroordelen omdat hij behoefte heeft om seksueel wortel te schieten, maar zelf raak ik er alleen maar van in de war.
Er is zoveel keuze met alles: je kunt honderden verschillende diëten volgen, honderden verschillende cursussen om je seksleven op te krikken; wat heeft het voor zin? Op ieder middeltje zijn weer veertig argumenten om het middel niet te nemen. Op iedere remedie tegen een slecht seksleven kun je antwoorden dat de seks in mijn leven nagenoeg nihil is, dus dat dat je het technisch gezien dan ook niet slecht kunt noemen. Het is eerder non-existent. Maar dan hoor ik over zo’n dieet en dan denk ik toch even kort: dat moet ik ook! Seksleven: dat moet ik ook! En waarom? Waarom moet ik dingen die andere mensen ook hebben, lieve lievelingscollega?
Zou ik dan zelf ook zo’n pseudo-geëmotioneerd bericht op Facebook willen plaatsen? Of moet ik dan al die mensen die het wel doen sneue aandachtvragers vinden? Ik geloof dat ik gewoon niet altijd overal een mening over heb, en dat ik het soms ook wel prima vind om gewoon ergens kennis van te nemen, en het dan te laten voor wat het is. En dan kom ik toch weer uit bij Johan Cruijff. Terwijl afgelopen zondag en maandag de kranten en voetbalprogramma’s vol waren van meningen over Nederland-Ecuador zegt Cruijff gewoon: ‘Daar ga ik niet op in. Er gaat nog veel te veel veranderen om nu al een mening rond te strooien.’ Weer weet hij me te verbazen, door van iets ingewikkelds iets zo simpels te maken: gewoon even geen mening hebben. Gewoon niet meedoen met al die gekte: dat is ook altijd nog een optie. Ik heb Cruijff nodig om me daar af en toe aan te herinneren. Niet een of andere rare goeroe die mijn seksuele wortels doet ontluiken, of een toffe racefiets, maar Johan Cruijff. Johan Cruijff, die mij vertelt dat je gewoon helemaal niets hoeft. Dat het eigenlijk zo ook al best goed is. Dat mijn gebrek aan seksleven ook prima is, mijn te dikke buik even geen behoefte heeft aan het paleodieet en dat mijn haar vandaag nou eenmaal niet zit zoals ik het wil. Dus, lieve lievelingscollega, wanneer beginnen we met die Johan Cruijff partij? Dan kunnen we iedereen vertellen dat ze soms ook even geen mening kunnen hebben, en dat ze hun mening niet al tijd in slecht geschreven berichten op de site van de Volkskrant hoeven te zetten. Dat er soms nog teveel gaat veranderen om nu al een mening te hebben, dat het je niet alles hoeft te hebben wat een ander heeft. En dan zorgen we dat er nergens meer zielige ezels zijn, maar heel veel speeltuinen en schoolpleinen om op te spelen en gratis ijs en patat voor iedereen.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail