Ondoenlijk

Winnie's website

Category: Blogs (page 1 of 8)

Schierfurie

Ik ben de hele dag al net niet woedend. Ik heb stekels in mijn lijf die er bij het minste of geringste uit zullen springen om je dood te steken zoals je de Prince of Persia regelmatig hebt zien sterven. Ik ben alleen thuis, maar ik ben vandaag desondanks al woedend geweest op: de fietsendrager van mijn buren; het luik van de waterput waar ik mijn stand moest opmeten; de kat die naar buiten wilde en toen weer naar binnen, oh nee toch maar naar buiten, mag ik weer naar binnen?; de huissleutel; mijn bh die te klein is om huissleutels adequaat vast te houden bij gebrek aan zakken; mijn joggingbroek zonder zakken; de EU; iemand die aandacht vroeg voor slavernij toen iemand anders iets schreef over haar bezoek aan Auschwitz; mijn eigen schrijfstijl; mijn trui; mensen die mijn gevel herstellen en geluid produceren dat bij hun werk hoort; mijn oren die gevoelig zijn voor geluiden; een man met wie ik een date had die te laat kwam en naar zwerver rook, en binnen twee minuten vertelde over hoe je een zeil moet maken dat je over een sloep heen kunt trekken, en nu niet ophoudt met contact te zoeken ook al was ik overduidelijk niet geïnteresseerd en heb ik zelfs een zieke vriendin verzonnen om de date ten einde te kunnen brengen, en meest recentelijk op mijn vingers omdat ze geen barré akkoorden kunnen terwijl ik liedjes wil spelen waarin barré akkoorden zitten.
Mijn zus zegt dat het komt omdat het vanavond een supermaan is en dat je dan extra veel gevoelens hebt, en dat zou zo kunnen zijn als ik geloofde in onzin, maar dat doe ik jammer genoeg niet dus ik kan de maan niet de schuld geven van mijn schierfurie of stekelrust of bijnagressie. Als ik niet zo geschierriteerd was zou ik aardiger zijn over wat mijn zus gelooft, maar dat is momenteel helaas geen optie.
Ik zou mezelf in de ogen moeten kijken en daarin dan moeten zien wat het echte antwoord is, ware het niet dat ik vermoed dat ik dan de spiegel kapot zou slaan omdat mijn spiegelbeeld me niet aanstaat en de spiegel trouwens ook niet.

Nou ja, er zit niets anders op dan deze dag uit te zingen met jeuk op mijn ergernis. Om mezelf wat kalmer te maken heb ik al een boze brief geschreven aan de EU commissaris voor gezondheid en heb ik dingen gezegd over slavernij en Auschwitz, wat tegen alle verwachtingen in wonderwel goed uitpakte en leidde tot een verzoenmoment.
Toch zou ik hopen dat er ergens een soort contact-me-niet register bestond waar je je kunt aanmelden op een dag als deze, niet voor jezelf, maar om anderen tegen je in bescherming te nemen. Het zou vandaag handig zijn als e-mails die ik stuur niet aankomen, dat ik niet op social media kan; dat ik niemand kan bereiken en dat ik in het geheel niet bereikbaar ben voor wie mij wil bereiken, want ik moet er niet aan denken wat er gaat gebeuren als bij mij vandaag de telefoon gaat of de deurbel klinkt. Bij voorbaat excuses.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Gein op het Plein

Ik heb geen televisie. Dat wil zeggen, ik heb nog wel het fysieke object dat mij vanuit de Expedit graag verwijtend aankijkt over het gebrek aan aandacht dat ik hem schenk, maar geen abonnement, dus geen beeld. Soms gaan die dingen zo. Soms doe je iets heel lang wel, en dan komt er een tijd om ermee op te houden, omdat de tijden veranderd zijn.
Op tv niet langer leuke National Geographic documentaires over graancirkels of vampiers, met de belofte van een spannende onthulling, altijd in het volgende stukje, dat nooit komt, omdat het programma steeds per ongeluk al is afgelopen voordat er iets onthuld kan worden. Gelukkig weten we sinds Johan Remkes natuurlijk al dat vampiers echt zijn, en nu ook Rudy Giuliani zijn ware aard onthuld heeft, hoef ik dat laatste stukje tv echt niet meer te zien. Tot voor kort was ik dus tevreden met mijn abonnementloze leven.
Maar, nu vraag ik me af of ik weer een abonnement moet afsluiten, voor het programma waar naar het schijnt half Nederland van wakker ligt. Een stel verlegen agrariërs die het maar niet lukt om aan de vrouw te komen. Ze zijn sympathiek, met een aandoenlijke sociale onhandigheid. Dat je je met zo’n menselijk profiel afvraagt waarom die mannen geen leuke partner weten te vinden.Ik heb het programma nooit eerder gezien, maar dit jaar wil ik per se ik van de partij zijn.
Dit jaar, dat kan niet anders, móet er wel een keer een glimpje te zien zijn van een echte boer; een glimpje dat lijkt op dat van die incels.
Dat is ook zo’n groepje buitengewoon sympathieke lieden, ‘involuntary celibates’, die op internet zich verzamelen en dan elkaar bevestigen in dat niet zij, maar de rest van de wereld het bij het verkeerde eind heeft. Zij zouden de partner van hun dromen moeten krijgen, want ze zijn toch leuk en lief en intelligent en aardig? Maar ja, vrouwen zijn kuthoeren en laten we niet beginnen over de mannen die het wel lukt een partner te krijgen; oplichters, valse klootzakken zijn het.
Het kan niet anders dan dat we dit seizoen Boer zoekt Vrouw zo’n boertje te zien krijgen. Die ineens laat doorschemeren dat hij het eigenlijk heel vreemd vindt dat je zou stoppen met iets te doen dat je heel lang wel hebt gedaan. Dat de tijden heus niet veranderen, want op de boerderij staat de tijd nu eenmaal stil. Haha, nee, natuurlijk gaat hij het gras niet met de hand inzaaien en gaat hij zijn koeien niet met de hand melken. Hij komt niet uit het jaar kruik. Klaver? Ja, prima voor de koeien. Maar laat hem niet beginnen over die uit Den Haag, want daar heeft hij nog een appeltje mee te schillen, ware het niet dat hij veehouder is en dat je voor appels bij hem van hiernaast moet zijn. Het is maar twee kilometer, misschien wil je even mee op de trekker? Hij moet toch onderweg om democratisch besloten wetgeving omver te rijden, dus je kunt net zo goed even mee.
Oh, en hij snapt trouwens ook niet waarom niemand zin heeft om met hem te neuken, want hij is hartstikke gezellig, als hij niet bezig is een paar gemeenteraadsleden te intimideren, deuren te vernielen, koeien te slachten, of valse waarheden te kalken op een plank om er mee de boer op te gaan naar het Malieveld. Iedere stem van een agrariër telt honderdvoud. Wat zeg ik? Duizendvoud! Waarom zijn ze in de stad zo stupide dat ze dat niet snappen? En die blonde miep maar giechelen, want wat moet je anders als je een propaganda-machine bent?
De opnames van het nieuwe seizoen zijn in volle gang, en er komt waarschijnlijk een live preview event binnenkort in Amsterdam. Ik stel voor dat de stad voor de gelegenheid een paar van haar meest begeerlijke kuthoeren beschikbaar stelt om de boeren het hoofd op hol te brengen, hopelijk nog voordat het monument op de Dam kapotgereden wordt. Gewoon, als vanouds, gein op het plein, want als de vooruitgang stilstaat kunnen we maar beter oude tijden doen herleven. Nu alvast hulde aan de vastberaden, barmhartige, heldhaftige vrouwen die zich opofferen voor het grotere goed. Voor de boeren die dan die avond tevreden naar huis gaan met een rondborstige Malle Babbe op de trekker zodat wij even verder kunnen met de gevolgen van stikstofuitstoot, totdat we weer allemaal aan de buis gekluisterd zitten te kijken naar de agrariër op zoek naar een vulva om zijn frustratie in te spuiten zonder dat hij ervoor hoeft te betalen. De boeren tevreden, wij tevreden, mijn televisie tevreden; ik kan niet wachten! Zullen we het zo doen, mevrouw Halsema?

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Het recht zal zegevieren

We waren op bezoek in de dierentuin met de eerste klas van de middelbare school, een plek die ik sowieso al niet zo goed verteer. Toen we de verplichte opdrachten hadden gemaakt verdwenen mijn beste vriendin en ik in de kinderboerderij waar we de hele middag praatten met de medewerkers en mochten helpen bij het verzorgen van de dieren. Daar, in die kinderboerderij, op die dag, besloot ik dat ik nooit meer vlees kon eten. Wat volgde waren ongetwijfeld onhandige jaren voor mijn moeder, die ineens apart voor mij dingen moest koken, maar daar heeft ze nooit over geklaagd. Als we naar een restaurant gingen was ik ook een lastpost, en voelde ik me bezwaard, omdat we van tevoren apart moesten bellen dat er ‘een vegetariër’ mee kwam, en daar waren de meeste restaurants niet op ingesteld. Jarenlang was er maar één gerecht in alle restaurants voor de incidentele vegetariër, dus ik wist altijd al wat ik zou krijgen: preitaart. Voor wie dat nog nooit heeft gehad, ik kan het alleen maar beschrijven als de beste maaltijd om iemand voor te schotelen als je wil dat ze weer vlees gaan eten. Maar ik brak niet. Ik heb me door jaren van preitaart heen geworsteld waardoor ik er nu een levenslange aversie van heb. Een paar jaar later kwam er een tweede gerecht bij: een hele geitenkaas uit de oven met honing uit een knijpfles en een paar walnoten eroverheen gestrooid alsof iemand ze per ongeluk had laten vallen. Na drie happen van dit gerecht was je zo vol dat je nooit meer wilde eten. Maar mijn rechtvaardigheidsgevoel was zo groot dat het nooit in mij op is gekomen dat ik ook weer vlees zou kunnen eten, en hoe meer ik wist over de bio-industrie en klimaatverandering hoe meer ik overtuigd raakte dat ik niet minder, maar juist meer moest doen. Het is een overtuiging die nog steeds in mij leeft, maar in de wetenschap dat ik me heb over te geven aan de beperktheid van wat mijn schouders kunnen dragen, wat mijn handen kunnen maken, wat mijn mond uit mijn maag kan besparen, en dat geen enkele ratio op kan tegen de volmaakte willekeur van het leven. In de afgelopen vijf dagen stapte mijn mijn neef samen met een vriend in de auto en reed een weg op, waar ze werden aangereden en ter plekke overleden; een vriendin die al een keer kanker had gehad hoorde dat het was teruggekomen en een van mijn liefste collega’s overleed na een lang ziekbed aan maagkanker. Hij was de tweede collega dit jaar die we verloren.
Ondertussen zag ik Greta Thunberg woedend en principieel op de VN top uithalen naar de leiders die niets doen en zichzelf zouden moeten schamen. En ik zag mensen applaudisseren. Dezelfde mensen die vervolgens opstaan en waarschijnlijk daarna heel decadent een luxe lunch geserveerd krijgen, waarna ze met elkaar door kunnen babbelen over het onderwerp zonder echt iets te bewerkstelligen. Immers, Severn Cullis-Suzuki zei min of meer hetzelfde als Thunberg in 1992, en de situatie is alleen maar nijpender geworden.

Ik kon ondertussen alleen maar aan denken aan wat ik zelf wil. Iets kapotmaken, dat er iets gebeurt op die klimaattop en dat er meer rechtvaardigheid is in de wereld, zodat mensen van achttien niet worden doodgereden, veel te jonge collega’s en vriendinnen en moeders niet zomaar kanker krijgen en dat Greta Thunberg en mijn neefje en nichtjes een wereld krijgen waarin ze kunnen wonen, ook als dat betekent dat je zelf even genoegen neemt met minder. Ik wenste het met heel mijn hart, maar de machteloosheid hield me in haar greep tot ik vast zat in mijn eigen hoofd en helemaal nergens meer toe kwam.
In een poging te ontsnappen aan mijn eigen kop en me over te geven aan de banaliteit van het leven besloot ik een afspraak te maken bij de kapper. Gewoon om even weg te zijn uit mijn huis waar de muren op me af kwamen; als ik maar hard genoeg fietste kon ik de machteloosheid misschien afschudden en anders was er daarna nog iemand die het met shampoo kon proberen. Mijn eigen kapper was niet beschikbaar, dus werd het een online zoektocht naar welke kapper de gelegenheid zou krijgen mij uit mijn eigen hoofd te trekken. En daar was het. De prijslijst. Precies op het goede moment, of het verkeerde moment, vanuit de kapper bezien. Nog voordat ik er erg in had, voordat ik me realiseerde dat ik gewoon iets meer rechtvaardigheid wil in de wereld, had ik al een melding ingediend bij het College voor de Rechten van de Mens, met daarin een hele lijst van kappersketens die voor vrouwen andere prijzen hanteren dan voor mannen. Gewoon omdat ik geen eigen huis kan betalen dat ik klimaatneutraal kan maken, en ik al geen vlees en zuivel eet, en ik niets kan doen voor al die dooie en zieke mensen.
Goed, en het is maar een kapper-kwestie, het gaat alleen maar om iets lulligs, maar dan is het maar iets lulligs; al wordt het mijn dood, ik zal strijden voor rechtvaardigheid en gelijkheid voor alle mensen met haar op hun hoofd. Ik weet niet of ik de kappersmaffia achter mij aan krijg, waarvan algemeen bekend is dat het lieden zijn die buitengewoon veel scherpe dingen in hun bezit hebben, en die ook nog eens graag bij je nek houden; ik ben bereid dat risico te nemen.
Ik ben misschien niet Greta Thunberg of Severn Cullis-Suzuki, of een leider op de VN-top of een onderzoeker die kanker geneest en auto-ongelukken voorkomt, maar ik laat me toch godverdomme niet helemaal buitenspel zetten.


Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Weesje

De toestand is voorspoedig. De Nederlandse teller stond in de afgelopen twee jaar op 2 (2017) en 7 (2019). In 2018 0, maar, laten we eerlijk zijn, dan tellen we de 26 van dat jaar, van iets zuidelijker niet mee. Denk eens aan al die rapportages waarin, in een zin een reeks landen genoemd wordt die een actieve en substantiële bijdrage leveren. Nederland staat daar dus altijd tussen. Twee en zeven. Zeven en twee. Goede aantallen om te marchanderen, en daar gaat het tenslotte om.
De toestand is inmiddels zodanig positief dat we er per 31 oktober collectief 66,9 miljoen op achteruit gaan, als alles gaat zoals Boris Johnson het plant, en laten we wel wezen, dat is een man die weet wat hij aan het doen is, dat zie je aan alles.
Natuurlijk, we kunnen raisonneren dat de toestand erg geweest is. Vreselijk zelfs. Maar dan denken we aan Tina Turner, en kunnen we denken zoals zij: “I had a terrible life, I just kept going. You just keep going and you hope that something will come. This came.” Volhouden, de moed erin houden, zelfs als alles tegen lijkt te zitten, dat is waar wij Nederlanders van gemaakt zijn. En laten we wel zijn. Voor die zeven en die twee, of twee en zeven afhankelijk van welke kant je op kijkt, maakt het ook alle verschil. Dat komt wel door ons hè? Dat hebben wij gedaan met z’n allen. De Nederlandse waarden klinken luid en duidelijk door de hele toestand heen. Democratie! Moraal! Humaniteit!
Nu hoor ik u vragen, maar wat te denken van die half miljoen die nog in Libië zitten en wachten op ‘herplaatsing’? Denkt u daar nu maar niet te veel aan, straks krijgt u nog van die onhollandse rimpels in uw mooie gezichtje. Die half miljoen staan alleen in de boeken van Libië en Het Collectief. Ok, misschien dat we er volgend jaar hier dan nog eentje kunnen doen, maar dat moet dan wel echt de laatste zijn. Een weesje. Dat zijn eigenlijk de mooiste. Door God verlaten, eenzaam en alleen, dwalend in de woestijn als een Mozes van de 21e eeuw, uiteindelijk aankomend in het Beloofde Land. Mooi voor een verhaal op tv of een goede foto met hashtag met een van onze vertegenwoordigers, en buitengewoon geschikt voor een kader met een persoonlijk verhaal in het jaarverslag als toevoeging op de cijfers. Ik wil maar zeggen: Het Collectief heeft een plan en wij dragen eraan bij, dat mag ook wel een keer onderstreept worden, want onder aan die streep levert dat resultaat op, hoe je het ook wendt of keert.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Sorry voor de posts!

Dag allemaal,
Iedereen die op mijn mailinglijst staat is vandaag gespamd met berichten van mij. Ik heb mijn werk van Vileine op deze site gelinkt, en ik kon de meldingen hiervoor niet handmatig uitzetten. Excuses voor de overlast.
Groet, Winnie

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Denkwerk voor de grote jongens

Vandaag las ik in de New York Times een artikel met de titel Organoids Are Not Brains. How Are They Making Brain Waves? Blijkbaar hebben een aantal wetenschappers hersencellen gekweekt ter grote van een speldenkop en die de ruimte in geschoten, waarna een hoopvolle wetenschapper nu denkt dat ze zich als muizen vermenigvuldigen en er straks een doosje op aarde landt met veel grotere organoïden. Dat is nog tot daaraan toe. Maar de speldenkopjes blijken ook nog hersengolven te vertonen, tot grote verbazing van de wetenschappers. Het verbaast mij ten zeerste niet. Het zou niet de eerste keer zijn dat iets dat overduidelijk geen hersenen bevat toch in staat is een activiteitenpatroon te vertonen dat lijkt op dat van een prematuur geboren kind. Allereerst gaan de gedachten van ons allen natuurlijk uit naar de president van de Verenigde Staten. De president die in een tweet eerder vandaag verwees naar de media als “beyond fake, they are corrupt” direct nadat hij nog wat racistische dingen over een viertal congresleden had geroepen. We kunnen in zo’n geval alleen maar concluderen dat er inderdaad sprake is van iets dat lijkt op hersenactiviteit, en dat zou moeten worden toegejuicht. Zoals iedereen weet moedig je een kind in de eerste staten van haar ontwikkeling aan door bij het minste of geringste met een blik van verwondering toe te kijken en een kreet van aanmoediging te slaken: “knap hoor!” Helaas heeft de heer Trump gelijk als hij zegt men te kritisch is; op zijn ontwikkelingsniveau past een andere vorm van bejegening waar de journalisten, jammer voor Trump, nu eenmaal niet bekend mee zijn. Om diezelfde reden groeien alle kinderen van journalisten voor galg en rad op, en horen we niet zelden de verhalen van tienerzoons en -dochters van Telegraaf journalisten die inbreken in woonboten en daarna wekenlang als voortvluchtigen onder bruggen slapen op kartonnen dozen, totdat ze uiteindelijk voor het gerecht worden gesleept, al waar ongerapporteerde doofpotcriminelen door middel van politieke druk en handjeklap er voor zullen zorgen dat u en ik nooit van deze affaires zullen horen.
Maar Trump staat niet alleen in dezen. Wat te denken van Poolse premier Mateusz Morawiecki, vandaag de start van de de Tweede Wereldoorlog herdenkend, die niet al te lang geleden nog riep dat teruggave van eigendommen aan Joodse slachtoffers van diezelfde Tweede Wereldoorlog of hun nabestaanden een “overwinning voor Hitler” zou zijn? Wellicht zouden we de hoopvolle wetenschapper kunnen vragen of we Morawiecki ook de ruimte in mogen schieten om te kijken of hij daar beter van wordt. Hoop is immers dat waar we ons aan vast moeten houden in deze bange tijden. Bolsonaro? Veel meer dan een speldenkopje activiteit kan daar niet in zitten, en dan meet ik me de pretentie aan me bescheiden uit te drukken. Dichter bij huis vinden we Baudet, en al die mensen die een sigaret van metaal hebben die ze een ‘vapor’ noemen. Van beiden blijk je van verkeerd gebruik de volgende symptomen te kunnen krijgen: moeilijk ademen, duizeligheid, kortademigheid, pijn op de borst, hoesten, overgeven en diarree. Zij die gezegend zijn met meer dan een speldenkopje hersengolven zouden er eens over na kunnen denken Baudet zelf te voorzien van een vaping-device. Die man is immers ook een keer per jaar jarig, en één en één is twee, ook voor minimale hersengolfjes.
Mocht u zich na het lezen van dit artikel afvragen waarom u zelf niet op al deze dingen bent gekomen, dan is er goed nieuws: de eerste commerciële ruimtevaarten staan voor dit jaar gepland, en kosten slechts een kwart miljoen dollar.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Beginnen

De kunst van het kunstenaar zijn is je eindeloos bezig houden met het perfectioneren van het begin van je werk, aldus Robert Henri in zijn boek The Art Spirit. Als je niet begint, kun je ook geen midden maken en al helemaal geen eind. Zelfs als je met het einde begint is er een begin, en dat begin moet geperfectioneerd worden. Je kunt weigeren te starten, maar als je daar ruchtbaarheid aan geeft ben je al begonnen. Dat kleine kloddertje verf hier in de hoek, dat is het begin, of je het nou wil of niet. Het lacht naar je, grijnst, valsig misschien wel, terwijl het zijn waterige kleur over je pagina uitspreidt en langzaam de overhand krijgt. Deze onappetijtelijke vlek had helemaal niet het begin moeten zijn. Het begin had beter moeten zijn, mooier, eleganter, met veel meer zeggingskracht zodat je er gelijk helemaal in zit. Maar ja, dit is nu eenmaal het begin, en het enige dat je nu nog kan doen is het perfectioneren. Met een goed idee, of welk idee dan ook, alles is beter dan die rare vlek. Misschien nog even wachten tot het perfecte idee je te binnenschiet. Gewoon even wachten. En wachten. En wachten.
En daar zit je dan te wachten, op het perfecte begin, als een man met een grijsbruine Stetson en een lange regenjas die op de bus wacht terwijl het al urenlang miezert. Zo’n man die onverstoorbaar staat, handen in de zakken, voor zich uit starend, in gedachten over god weet wat. Zo’n man die je doet realiseren dat alle andere mensen net zo’n rijke innerlijke belevingswereld hebben als jijzelf, die voor jou voor altijd verborgen zal blijven. Een man die net te oud is om nog soepel te kunnen worden met een smartphone; hij was al blij dat hij die telefoon met die knopjes onder de knie had. Bellen lukt nog best, alleen al die andere dingen gaan met een slakkentempo, weet hij zelf ook, maar zo is het nu eenmaal. Hij telt zijn stappen niet, hij houdt zijn calorieën niet bij, hij maakt foto’s van momenten die nét voorbij gegaan zijn, en altijd zonder filter. Zoals het leven op zijn mooist is, vluchtig en ongeregistreerd. Als je het hem zou vragen zou hij je de beste verhalen kunnen vertellen over zijn leven, zoals alleen mensen die een Stetson dragen dat kunnen. Het soort verhalen waarvan je gelijk denkt: ja! dat doet ertoe, met een suspense die je nooit zou hebben bij de verhalen van een tweeëndertigjarige marketingmedewerker met een te strak wit t-shirt en een fedora van de Zara (je weet wie ik bedoel. Grijs wollen pantalon en hij heet Cheaien, maar dat spreek je uit als Kian. Kan hij natuurlijk ook niks aan doen, maar toch.) Hij zou je kunnen vertellen over de ontvoering of over die keer dat hij net te laat was, en het maakt dan niet eens meer uit waarvoor, omdat hij een stem heeft waar je eindeloos naar zou kunnen luisteren. Hij zou je moeiteloos kunnen helpen met je cryptogram. ‘S nachts een angstaanjagend dier? ‘Nachtmerrie!’ roept hij gelijk. Job’s idee? ‘Banenplan!’ Iemand die kan klaverjassen als geen ander, maar zich er niet op laat voorstaan. Tenzij je het vraagt, want eigenlijk is hij er best trots op dat hij zo vaak wint en hij had het nog geleerd van zijn vader en over hem heeft hij ook nog wel een paar dingen te vertellen, nu hij er toch over begonnen is. Iets met streng, maar rechtvaardig. Stal een boot met aardappelen van de Duitsers in de oorlog. Intimiderend, vond hij als jongetje. Of misschien is indrukwekkend een beter woord? Hij weet het niet. Misschien allebei. Hij praat alsof hij ieder woord zorgvuldig heeft afgewogen, en tegelijkertijd alsof het gewoon uit zijn mond rolt, zonder dat hij er moeite voor hoeft te doen. Terwijl jij stamelt en hakkelt, voor je gevoel dan. In ieder geval niets hebt van de vlotte babbel van Kian, laat staan van de welbespraaktheid van een man met een Stetson. Hij zou het hoofdpersonage kunnen zijn, of een man waar je toevallig even naar keek terwijl je zelf stond te wachten of je overleden opa of je andere overleden opa of een combinatie van die vier. Maar hoe dan ook staat hij daar onverstoorbaar te wachten, geduldig, alsof hij iets meer weet dan jij. Alsof hij weet hoe het begint; alleen nog wacht tot het licht dimt, het toneel oplicht, de stilte begint te overheersen en dan doorbroken wordt als de eerste woorden vallen. Terwijl jij nog staart naar die vlek, waarvan je niet weet of het een toneel is of een schilderij of een tekst; terwijl jij die vlek nog aan het perfectioneren bent, omdat je zo stom was met het begin te beginnen, terwijl je had moeten beginnen met die man met de Stetson, want toen begon er pas echt iets.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Boompje kijken

Vandaag heb ik de hele dag naar een boom gekeken. Het waaide dus er was verrassend veel te zien. Plus dat ik mentaal in de knoop zit, dus als ik melodramatisch uit het raam kan staren is het al snel goed. De boom was groen, want het is lente en zo gaan die dingen, en ik probeerde erachter te komen wat voor boom het was. Ik zag niets dat linkte met mijn zeer beperkte kennis over de lokale flora, waardoor mijn volgende missie was de vorm van de blaadjes te herkennen met het idee dat ik daaruit wellicht iets zou kunnen afleiden. Dat lukte niet, want de boom stond te ver weg. Bovendien heb ik ook wel eens buitengewoon goed kunnen kijken naar de blaadjes van een boom en dan zeiden ze me ook niets. Een keer op vakantie met een vriendin in Macedonië, waar we met de nieuwsgierigheid van twee vierjarigen foto’s maakten van alle planten die in de berm groeiden op weg van het hotel naar het meer van Ohrid. Onderwijl riepen we dan vrij willekeurige botanische termen als ‘hibiscus’, ‘gras’ en ‘lichtgroen’, en praatten we over hoe we al die planten op de foto zouden gaan duiden als we thuis waren. En een app zouden maken waarin je zo’n foto automatisch zou kunnen laten herkennen. Terwijl we allebei wisten dat we dat niet zouden gaan doen en geen idee hadden van het feit dat precies die app die wij wilden maken allang bestond.
Kortom, ik bleef op dezelfde afstand van de boom, want ik maak me inmiddels geen enkele illusie meer over mijn capaciteiten een plant te kunnen herkennen met naam en toenaam. Nou ja, ik lieg. Een moment kwam ik dichterbij de boom; ik moest mijn vuilnisbak aan de straat zetten. Ja, want ik ben dan misschien mentaal niet helemaal lekker, maar produceer nog steeds een enorme hoeveelheid rotzooi (wanneer komen vleesvervangers eens in een verpakking die niet van plastic is?) en ik ga toch mooi niet nog twee weken in mijn eigen troep zitten stinken. Mijn persoonlijkheid alleen stinkt al erg genoeg momenteel, dank je. Omdat het waaide stond mijn vuilnisbak in de schuur, wat enigszins ironisch is, aangezien het grootste deel van de inhoud van mijn schuur in de vuilnisbak zou moeten zitten, maar dat is een ander verhaal (als iemand nog een vouwfiets wil weet je me te vinden). Terwijl ik de vuilnisbak over de drempel van de schuur tilde kieperde hij voorover en viel op de grond. De boom stond er vlak naast en een kort moment voelde ik de boom op mij neerkijken alsof hij wilde zeggen: ha! mevrouwtje. Nu is het mijn beurt jou eens te bekijken. Wat voor soort ben jij eigenlijk? Even in mijn fauna app kijken. Depressief met het motorisch vermogen van een deurbel? Ja, als ik het niet dacht. Daar past dat gehannes met die bak ook precies in, dat profiel. Grappig toch, hoe dat werkt, zo’n app.
Terwijl ik vermoedde dat de boom mij analyseerde zag ook de buurman mijn onhandige actie. Waar je nog wel schijt kunt hebben aan de mening van een boom moet je bij mensen toch altijd nog even reageren. In de vorm van ‘haha, ja, ik weet dat dit superkneuzig gaat, haha, domme ik, haha.’
Ik weet niet of je wel eens hebt geprobeerd ongemakkelijk te lachen als je in een kutbui bent, maar dat is dus niet te doen. Ik vermoed dat ik er in het beste geval uitzag als een in-de-winterslaap-verstoorde grizzly beer, en in het slechtste geval als een geobstipeerde baby met een kunstgebit. Ik besloot dat er geen redden meer aan was, zette mijn bak aan de straat en spurtte terug naar binnen, waar ik me nestelde op de bank en naar de boom staarde totdat hij en ik er moe van werden en ik bovendien mijn huis uit moest naar therapie. Ja, ok, dus het was niet de hele dag. Het was maar een uurtje en ik word nou eenmaal moeilijk wakker en ‘s ochtends ben ik altijd in een kutbui en dan moet ik ook nog nadenken over wat ik bij therapie wil zeggen en dat weet ik nooit dus dan vermijd ik het door dingen te gaan bedenken over een boom en die op te schrijven en dan te doen alsof het echt gebeurd is. Punt is: het is dus maar goed dat ik therapie heb.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Superhoogbeangstnervragielwardenooknogspastisch

Deze blog heeft de bijsmaak gekregen nog wel eens grappig te zijn en dat wil ik graag zou houden. Jammer genoeg is het met de leukheid in mijn leven al een tijdje ver beneden het laagste punt waarvan ik dacht dat ik er nooit zou komen. Maar godverdomme dit gaat een grappig stukje worden, want mijn oude buurvrouw rekent erop dat ik grappig ben en mijn moeder leest dit en er zitten collega’s op mijn Facebook die dit zomaar zouden kunnen lezen en ik ben trouwens sowieso de luchtigheid zelve godverdegodverdefuckfuckkut.

Ik weet niet hoe het zover is gekomen, maar wel dat ik sinds begin dit jaar meer dan ooit me als een idioot aan het voelen en gedragen ben en me daarna kapot schaam, zelfs als ik eraan terugdenk. Om een beeld te schetsen van wat ik bedoel, hier een paar voorbeelden: begin dit jaar zei iemand tegen me dat ze verliefd op me was. Het was erg aardig en ze nam een geurkaars voor me mee, alleen ik val niet op vrouwen en ik was dus ook niet verliefd op haar. Maar in plaats van dat ik haar kon troosten, moest ik zelf keihard huilen en ik wist niet waarom en toen werd zij boos omdat zij, volkomen terecht, vond dat de verkeerde persoon aan het huilen was. Toen huilden we allebei heel hard en daarna durfde ik niet meer zo goed tegen haar te praten, omdat ik nog steeds niet weet waarom ik zo vreselijk onbedaarlijk moest huilen.
In dit voorjaar datete ik korte tijd een man die gelukkig superlief was, want anders had hij er vast iets over gezegd toen we een keer wakker werden en hij naar de wc moest en ik toen in een vlaag van onverklaarbare angst en totale verwarring daarover met hem mee ging en me toen tegelijkertijd zo schaamde dat ik, in plaats van het gewoon te zeggen en er misschien samen om te lachen, hem niet aan kon kijken en dus maar een wimper uit mijn oog begon te peuteren terwijl hij zijn ding deed. Of over het feit dat ik hem veel vaker een berichtje stuurde dan hij mij, terwijl ik gewoon een leven heb en normaal gesproken een signaal om even rustig aan te doen echt wel weet te ontvangen, maar blijkbaar niet als ik heel graag een herkansing wil om te bewijzen (nog het meest aan mezelf) dat ik wel normaal ben. Je begrijpt dat het niets is geworden. Jammer, want we pasten volgens mij goed bij elkaar en in mijn normale doen ben ik best leuk, maar dat weet hij dus niet. En ik had dat nog wel willen uitleggen, maar stel jezelf even voor als ontvanger van deze voicemail: ‘Hoi, ik wilde alleen maar even zeggen dat ik normaal gesproken dus niet met mensen mee de wc in loop en andere ongemakkelijke situaties veroorzaak. Zullen we het nog een keer proberen? Bel me als je dit hoort.’ Ja, joe.
In de zomer dacht ik dat het een goed idee was nog een keer met iemand te daten. Dat was natuurlijk een illusie, maar ik was nog jong. In het kader van discretie ga ik hier niet al te ver over uitweiden, maar die man had ten eerste waarschijnlijk een vriendin thuis, en ik kreeg het maar niet voor elkaar hem daarmee te confronteren zodat ik er een eind aan kon maken, omdat ik mezelf er niet toe kon aanzetten, en ten tweede; de seks leek meer op verkrachting dan op seks en het was buitengewoon onplezierig, maar ik daarover kon ik natuurlijk weer niets zeggen dus het enige wat ik kon doen was wierook branden om zijn aura uit mijn huis te jagen. Ik heb er nog even aan gedacht misschien met zo’n klankschaal door mijn huis te chanten, maar eigenlijk weet ik niet wat het effect daarvan is, en met mijn geluk zul je net zien dat ik Lucifer sommeer en dan mag kiezen: of een voortand zoals een narwal, of voortaan met twee grote hoorns van een ram door het leven of mijn ziel verkopen. Hoewel ik me dan ook wel kan voorstellen dat ik optie drie kies, en dat hij dan zegt dat hij mijn ziel niet hoeft omdat die te duister is voor de hel.
Ik had gehoopt dat dit grappiger was dan het nu is, maar dat is het niet. Godverkut.

Oké, sorry, ik zal ergens anders beginnen:
Ondanks dat ik me na een tijdje iets beter begon te voelen op het gebied van onverklaarbare nervositeit kon ik me niet goed over mijn angst voor nog meer angst en mijn gevoel van totale vernedering heenzetten. Van de weeromstuit ben ik naar de huisarts gegaan die na 2 minuten zei dat ik hoogbegaafd en niet goed bij mijn hoofd ben. Of althans, dat het hem een goed idee leek als ik even met de POH-psycholoog ging praten. Persoonlijk vermoed ik dat de bezoekjes aan de huisarts en de psycholoog mijn humor geen goed hebben gedaan. Zelfspot en sarcasme, waar ik in ieder geval nog enige verlichting uit haal, zijn daar totaal niet op hun plaats. Dus als de psycholoog mij vraagt of ik sport zeg ik gewoon ‘ja’, in plaats van ‘ik ren weg voor mijn problemen’ en ‘gisteren heb ik zoveel gehuild dat ik spierpijn in mijn traanbuisjes heb’ en als ze vraagt of ik nog ergens plezier uit haal zeg ik iets oprechts als ‘uit zingen en werk en leuke mensen om me heen’, in plaats van iets lekker zwartgalligs als ‘de eerste 30 seconden van mijn dag voordat angst en depressie over mijn angst hun intrede doen.’
Daarnaast ben ik inmiddels mijn excuses steeds aan het aanbieden aan mensen, omdat ik teveel van dit soort echte informatie deel en die mensen daar natuurlijk ook niet op zitten te wachten. En als ik dan mijn excuses aanbied doe ik dat op zo’n manier dat ik daarbij ook weer teveel informatie deel. Het is allemaal een grote humorloze bende en daarom kan ik dus ook de hele tijd geen nieuwe dingen schrijven. Zie je, dit is ook niet grappig en vol met informatie die je helemaal niet lezen wil over zo’n luchtig, grappig, levenslustig persoon als ik.

Tot overmaat van ramp moet ik ook nog op vakantie naar Thailand. Een reis die ik heb geboekt eind september, in een opleving van mijn oude ik. Ondertussen heb ik al zes keer geprobeerd om eraf te komen, maar dat kan helaas niet, dus ik ga gewoon, want wat er ook met mij aan de hand kan zijn; hoogbegaafd of irrationeel nerveus en fragiel of verward en spastisch in sociale situaties of alles tegelijk of niets van dat alles, ik ga toch echt geen 550 euro aan een ticket uitgeven en er geen gebruik van maken. En ik zal je een ding zeggen: als ik terugkom ben ik gewoon leuk en gezellig en normaal en verpletterend aantrekkelijk en onweerstaanbaar grappig en lief en sexy en zorgzaam en meelevend met de juiste mensen en streng als het nodig is, en eventueel zelfs met grote hoorns van een ram of de tand van een narwal. En dan ga ik een stukje schrijven dat zo grappig is dat je godtyfusteringkuthoeren gewoon van je stoel valt van het lachen.Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Liefde en andere treinongelukken

“Liefde is echt heel moeilijk.” “Ja, het is ingewikkeld,” zeggen ze terwijl ze elkaar meewarig aankijken en knikken. Hoofd half schuin, ogen een beetje toegeknepen; niet dicht en niet van de lucht, maar op zo’n manier dat het sympathie betekent. Ze begrijpen elkaar. Liefde is moeilijk en ingewikkeld en hard werken. Ik sta niet al te ver weg, misschien een meter, van hen vandaan op het perron waar onlangs lichtbakken zijn geplaatst die je vertellen hoe lang de trein is. Grote gele lampen lichten op zodra een trein in aantocht is, en pas na de tweede keer kijken had ik door dat het niet gewoon gele lampen waren maar een afbeelding van een trein. De trein die eraan komt, en dat de lichtbak precies weergeeft waar de trein gaat stoppen en hoe lang hij is. Waar de eersteklas rijtuigen zich bevinden. Ik kijk naar zo’n trein op de lichtbak en hoor hun gesprek. Niet omdat ik het afluister, maar omdat er naast het kijken naar die lichtbak zo weinig te doen is dat ik het eigenlijk niet kan voorkomen. Terwijl zij knikken en meewarig kijken ben ik haast onder de indruk van hun grote kennis over de liefde. Mijn hart klopt, maar behalve dat het klopt weet ik over mijn hart niet heel veel. Het voelt van alles, jawel, maar ik zou willen dat ik zo ver tot het begrip kwam dat ‘moeilijk’ en ‘ingewikkeld’ de woorden waren die ik vond passen. De waarheid is dat ik van het hele gebeuren zo weinig begrijp dat zelfs die woorden te hoog gegrepen zijn om iets te duiden over mijn begrip.

Van alle dingen die, als moeilijk het juiste woord is, moeilijk zijn is verliefd worden of nog lichter: iemand leuk vinden, het moeilijkst van alles. Nog nooit heb ik het doorgehad als iemand mij leuk vond, en nog nooit heb ik ook maar een klein beetje het lef gehad om het aan de desbetreffende man te vertellen als ik hem leuk vond. Ik weet alleen maar het gevoel en de erkenning van de erbarmelijke staat van mijn sociale vaardigheden in het moment dat ik me realiseer dat het aan de hand is. Het gevoel dat langzaam omslaat van vrolijke vlinders naar het gevoel van dronken in die kermisattractie stappen die een lange arm is waar je aan rond word geslingerd alsof je een doodswens hebt, wat ik weet omdat ik dat heb gedaan. Misschien dat er mensen zijn die dit aandoenlijk vinden, maar neem van mij aan; het is alles behalve dat. Ik heb in alle schakeringen van de liefde het genetisch profiel van een geurkaars. Op het eerste gezicht misschien alleraardigst, maar als het vuur eenmaal is aangewakkerd wordt het al snel te intens en waarschijnlijk krijg je er hoofdpijn van.

Een vriendin van mij werd twee jaar geleden verliefd op een vrouw en deed toen wat voor mij volstrekt onmogelijk is; ze maakte een afspraak met die vrouw en vertelde het haar. En daarna vertelde ze mij daarover. Ik vroeg haar hoe het kon dat ze zo dapper was dat ze dit zomaar vertelde aan de dame in kwestie en ze antwoordde: ‘maar je weet het toch wel als iemand jou ook leuk vindt?’ Op dat antwoord had ik niet gerekend, want ik heb dat nog nooit doorgehad. Als ik ooit een kampioenschap zou winnen (behalve de caprilliproef van 1996) dan zou ik alleen durven garanderen dat ik de onbetwiste kampioen ben in het niet kunnen lezen van andermans intenties. Tenzij ze voor me uitgesproken of geschreven worden kun je er in principe vanuit gaan dat ik het niet snap, maar nog veel vaker kun je er vanuit gaan dat ik het denk te snappen en het dan verkeerd begrepen heb. Het is een talent en een last. Zelf iets zeggen lukt ook niet; meer dan eens heb ik mij voorgenomen iets over mijn gevoelens te delen met de man in kwestie, waarop ik in paniek raak en acuut een TIA krijg waardoor al mijn spraakvermogens tijdelijk verloren gaan. Dus staar ik wat ongemakkelijk om me heen en, na wat voelt als jaren, probeer ik me er dan vanaf te maken met een onbelangrijke vraag of een leuk bedoelde opmerking die vermoedelijk minder leuk is dan ik op dat moment denk. Zo gedraag ik me dan het ene moment als een puppy richting de man en kan het zomaar zijn dat ik het volgende moment een blinde vlek heb, precies op de plaats waar hij zich bevindt; het zijn de gevolgen van een TIA, maar probeer dat maar eens uit te leggen zonder daarin te onthullen waar die door veroorzaakt wordt.

Een ander gevolg van de lichte liefde is het plotselinge verlies van mijn motorische vaardigheden: ik loop niet meer, ik val. Het soort vallen dat je nog net kunt opvangen door steeds je ene voet voor de andere te zetten en dan te doen alsof je alles volledig onder controle hebt. Zoals je rent van een heuvel af en dan doet alsof dat heel gecoördineerd rennen is in plaats van net-niet-vallen. Terwijl iedereen ziet dat dat wel zo is, en terwijl jij weet dat zij weten dat dat zo is, maar je toch maar blijft doen alsof. Je kunt ook niet meer stoppen als je eenmaal begonnen bent met rennen, en zolang je niet op de grond ligt is het feitelijk correct te stellen dat je niet gevallen bent. Terwijl de waarheid is dat je de grond niet kunt raken omdat die steeds langzaam wegzakt onder je voeten. Niet dat dat erg is, want inmiddels weet je ook dat verzwolgen worden door een aardverschuiving veel minder erg is dan proberen iemand flirterig aan te raken wanneer je daar niet goed in bent en het daardoor meer wegheeft van een mot die keer op keer tegen een lamp aan vliegt dan van een mens dat een ander mens iets duidelijk probeert te maken. Maar ach, zo lang je niet op de grond ligt ben je niet gevallen, toch?

Als mijn hart niet zo gerafeld was en aan elkaar hing met losse steken en klodders secondelijm had ik misschien al een keer iets ‘echts’ gezegd, maar het is eng en het is gevaarlijk en er is een primitief deel in mijn brein dat er alles aan doet om te voorkomen dat ik weer aan de slag moet met lijm en naald en draad.  Dus sta ik zaterdagnacht in een klein zaaltje te salsadansen terwijl ik dat helemaal niet kan, met mannen die zich storen aan hoe slecht ik salsadans. Om te vermijden dat ik doe wat ik niet kan, want ook als het licht en vers is, is het breekbaar en ik kan niet zo goed breekbaar zijn. Ik kan zingen en slecht salsadansen en omgaan met agressieve dronken mensen en heel hard werken en grapjes maken en een beetje tekenen en oneindig lang doen alsof ik niet val. En liefhebben. En daarvoor val ik graag in zwarte gaten in de grond, maar dat vereist natuurlijk wel het godverse lef om dat een keer hardop te zeggen. Ik bedoel maar: ik bewonder die twee mensen op dat station, want bij hen leek het net alsof er niets te vallen viel.Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Older posts

© 2020 Ondoenlijk

Theme by Anders NorenUp ↑