Ees ligt in Drenthe. Het is een klein plaatsje en ik moest er naartoe om mijn nieuwe tweedehandsauto een keer te laten nakijken door iemand die dat voor een paar tientjes voor je doet. Op weg dus. De hele weg naar Ees zat ik met mijn zusje in mijn überhippe, twaalf jaar oude Seat Ibiza, die ik voor een heel schappelijk bedrag van iemand had kunnen overnemen. Wat hem Extra Hip maakt is dat er cassettebandjes in kunnen. En die had ik dus nog. Op dit moment zat mijn bandje met Queen liedjes erin; mijn zusje en ik zongen luidkeels mee met Steve die Warily Down The Street aan het Walken was. Het bandje stopte even, maakte wat gekke geluidjes om om te draaien, en speelde toen weer verder. Mijn zusje sprak de legendarische woorden die een generatiekloof schetsen: ‘Oh, staat hij op shuffle?’ We reden lekker door, terwijl het bandje inmiddels overging naar liedjes over meisjes met dikke billen. Maar toen ging het mis: de TomTom zei dat we richting Ees moesten rijden. Dat was een foutje van Tom. Je kunt namelijk niet richting Ees. Je kunt in Ees, of voorbij Ees, maar richting Ees, dat duurt ongeveer 1 seconde en dan ben je er voorbij en rijd je richting Borger. Dan moet je dus weer terug richting Odoorn en hopen dat je de juiste afslag hebt waarmee je in Ees terecht komt. Dat bleek nog verdraaid lastig, want er waren wat werkzaamheden aan de weg waardoor een aantal afslagen waren afgesloten. Heen en weer dus langs Ees en uiteindelijk via de Brandheuvel alsnog de juiste afslag gehaald om mijn auto weg te brengen. We lieten de auto achter, en ik ging met mijn vader in de auto mee terug naar ons aller Hoofddorp, om een paar dagen later weer terug te rijden en mijn Seatje op te halen. Het was nogal wat moeite, maar ik was er erg blij mee, want de auto was nu gecheckt en helemaal in orde verklaard. En dat was precies wat ik verwacht had. Maar wat niet iedereen met mij verwachtte. Toen ik mensen vertelde dat ik een auto had gekocht om op en neer naar mijn werk te kunnen vroegen een aantal zich af of ik er niet teveel van verwachtte, van die auto. En of ik er niet teveel van verwachtte, van dat werk. Dat vroegen ze zich een paar jaar daarvoor ook af toen ik ging werken in Rotterdam, en toen ik zei dat ik iets wilde gaan doen met theater. En als ik dan zei dat ik dat werk wilde zodat ik daarnaast ook mijn eigen dingen kon maken en schrijven vonden ze dat ik wel heel veel verwachtte. Eerst vond ik dat heel vervelend. Ik dacht namelijk dat ze best wel een punt hadden; wie gaat er nou iets doen met iets artistieks, terwijl daar helemaal geen geld in te verdienen is, en het ook nog eens lastig is om aan de bak te komen? Maar tijdens dat ritje naar Ees realiseerde ik me dat ik dat een beetje zat was. Het zou potjan toch veel erger zijn: niet teveel verwachten. En dat je aan het eind van je leven spijt hebt van alles wat je niet hebt gedaan, omdat je er zo weinig van verwachtte dat het de moeite niet was om eraan te beginnen. Nee. Ik rijd liever mijn hele leven heen en weer voorbij Ees, met de kleine kans dat ik Ees ooit vind, dan dat ik al mijn verwachtingen bijstel naar beneden, en dingen ga doen waar ik geen zin in heb en waar ik doodongelukkig van word. Mijn zangdocent leerde mij gisteren dat er werk bestaat waar je van leeft en werk bestaat waar je voor leeft. Dat ben ik met haar eens. Dus, als ik ergens spijt van zal krijgen, dan is dat omdat ik iets wel heb gedaan. Maar niet omdat ik het heb nagelaten. Ees is een klein plaatsje en lastig te vinden, maar dat maakt niet uit. Ees bestaat en je kunt er naartoe, dus je moet gewoon gaan. Als symbool voor mijn daadkracht heb ik mij onlangs ingeschreven voor een parcours met modder en hindernissen. Gewoon omdat het me leuk leek, en dan kun je het dus maar beter gaan doen dan het na te laten. Het leek me ondoenlijk; ik, die zes kilometer door de modder gaat rennen, met hindernissen op mijn pad. Maar ik heb het gedaan. Ik heb honderd keer mijn schoen bijna verloren, ik ben gevallen, ik ben in de sloot gedonderd, ik ben bont en blauw, maar ik heb de finish gehaald. Zo. Dat was Ees nummer één. En om mijn daadkracht nog maar eens extra moed te geven werd er bij de finish dat ene liedje gedraaid, dat liedje, die laatste van de Greatest Hits cd op mijn bandje. Ik ben de Champions My Friends. Met mijn biertje en mijn finishers t-shirt en mijn gezicht onder de modder was ik toch even, een kort moment, the Champions. Omdat ik het deze keer niet heb nagelaten.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail