Ondoenlijk

Winnie's website

Tag: theater

Colossians 3:14

 NIXON:                                                           

I keep having these dreams.                                 

 So vivid.                                                  

So real.                                                   

I think I’m dying.                                         

Don’t tell anyone though.                                  

I don’t want to see sympathetic looks on their faces       

all day.                                                    

I’m not one to feel sorry for.                             

Though I would like to have some more time with my         

grandson.                                                   

I don’t know.                                              

I had a dream.                                             

Several dreams actually.                                   

With a very beautiful woman.                               

I think she must have been a queen or something.           

She told me I was dying.                                    

I have no idea what’s going on.                            

But I’ve never had vivid dreams like that.                 

It must mean something.                                    

 Yeah.                                                      

About two weeks ago.                                       


SCIENTIST:                                                      

(TO THE AUDIENCE)                                               

Look at this child.
He is playing.  
He seems unaware of my presence.
But he is not.
Let me tell you about the child. 
His name is Kevin.
He seems happy doesn’t he?
His mother died four years ago.
Since then,
his grandfather took care of him, 
but his old age and sickness made this impossible.
Now he is here,
placed in my care by child support.
The ideal person to be part of my research.

                                                                  

You are the audience.
You are the observers of this play.
Think about it.
The unlimited position that you have as the observer.
Do you realize that everything that you look upon, be
it here, or anywhere else, is influenced by you?
You can will the outcome of this play.
You can make it into whatever you want.
So when you are watching this play, 
you are not just watching.

You are creating
You are influencing the research I am conducting.
You see, 
I am experimenting with desire.
Now, this is where it gets interesting. 
You see, 
The state of something is defined by it’s observer.
The observer pins it down, if you will.
If the state something is in is defined by the
observer,
the observer is creating their own reality. 
Yes?                                                  
                

The child wants a mother.
But he still does not have one. 
He can never have one.
Not as long as the reaction to his surroundings is a 
static one.
That is to say:
He is observing what he has observed time and time
again.
No mother.
He is observing no mother by default.
                                                          

                                  

                                                  

                    

                                                            

                                                    

                        

                                                                  

                                                             

                                    

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

How to be alone

Dat ik zomaar, alsof het nooit anders was, me op de golven mee laat deinen

Met niets anders dan een intens verlangen om te verdwijnen

Niet ergens anders zijn

Of nostalgisch verlangen naar een verleden

Of imaginair heden

Zonder pijn

Maar natuurlijk

Alsof het nooit anders is geweest

Verlang ik nu het meest, het meest, het meest,

Naar op te gaan in iets

Of niets

Of alles of een deel daarvan

Onderdeel van, ja wat? Noem het een plan

Een cyclus, het al

De hoogmoed en de val

Een moment waarop ik tegelijkertijd het ‘zin-in’ ben en de spijt

Op hetzelfde ogenblik het kadaver en het kalf nog vol met leven

Alles samengebald in een tel, een enkele tik

En ik

Daarboven aan het zweven

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Uit Liefde Voor de Leider

Ik heb nooit opgeroepen tot haat.

Ik heb nooit bijgedragen aan de totstandkoming van een misdadig regime.

Ik heb niemand zijn land onteigend.

Ik heb niemand ooit geestelijk of lichamelijk mishandeld.

Ik heb nooit iemand slecht behandeld omdat hij Joods was.

Ik heb geen propaganda verspreid voor het derde rijk.

Ik heb nooit een vrouw tot prostitutie gedwongen.

Ik heb niemand afgemaakt omdat hij gehandicapt was.

 Ik heb nooit opdracht gegeven om iemand te doden.

Er zijn dagen dat ik aan hem denk.
Er zijn dagen dat ik denk aan het lot van degenen die bespot werden, gevangen
 genomen, gemarteld en vermoord.
En er zijn dagen dat ik hoop nog eens water uit de kraan te kunnen tappen of een
douche te kunnen nemen.
Ik voel berouw.
Dat moet ook.
Maar ik voel berouw omdat ik misschien meer had kunnen doen.
Dat ik meer mensen had kunnen helpen.
Dat ik nog ergens een reikende hand had kunnen uitsteken en dat niet heb gedaan.
Ik voel geen berouw omdat ik liefde heb gegeven aan een man die zelf altijd maar gaf.
En dat is wat mij het meeste treft.
Wat het pijnlijkst is.
Ik heb altijd gedacht dat liefde genade is.
Ik heb nooit geweten dat je ervoor gestraft kunt worden.
Dat is wat ik niet begrijp.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Het zou wel fijn zijn als ik eindelijk eens een berg werd

In inmiddels zou je kunnen zeggen dat de ophoping het formaat heeft van een kleine vulkaan. Hij begint langzaam de stoeptegels eruit te knallen en het duurt niet lang meer voordat de scharnieren van de voordeuren afbreken en huizen achterover beginnen te hellen.

Om erachter te komen hoe een mens een berg wordt deed meneer Jaspers een aantal pogingen.

Poging 2: Hij ging in hongerstaking. Omdat de insectenverdelgers ervoor zorgden dat de egels en de vogels en de vleermuizen niet meer voldoende te eten hadden. Dan hij ook niet.

Ik wil nu voordoen hoe je een jachtgeweer vasthoudt. Maar ik weet niet hoe dat moet.
Het enige dat ik weet is wat mij is verteld, en dat gaat over
de stilte.
En de blik.
Op de wolf.
En dan het geluid van het schot en de jank van de wolf en de snelheid van de kogel die meedoet met de marteling.
Heel kort.
Het duurde maar heel kort.
Maar lang genoeg om te kunnen lijden.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Over dronken stamgasten, spelen en sterven

‘Dus, jullie zijn een soort van gezelschap of zoiets, een soort groep,’ zei hij. ‘Nou,’ zei ik, ‘we zijn niet officieel een gezelschap. Meer ad hoc ontstaan eigenlijk.’ ‘Oh, nou, ik heb nog wel iemand die ook heel erg ad hoc is.’  Zo, dacht ik, jij bent dronken. ‘Ja,’ ging hij verder, ‘dan kun je me wel een beetje zo aan staan kijken, maar ik meen het hoor.’ ‘Ja, ik geloof je wel.’ ‘Ja, maar dan hoef je niet zo te kijken. Kijk, mijn vriendin die doet ook allemaal theaterdingen enzo. Nou ja, ze zit nu op een soort cursus. Daar zit ze middenin, weet je wel. Dus die kan ook dingen met theater.’ Ik moet over twee minuten op. Houd je kop of ik schud je door elkaar, dacht ik, maar dat zei ik niet. ‘Wat leuk voor haar, misschien moet ze eens kijken of ze zelf een voorstelling kan maken.’ ‘Ja, dus als je even je e-mailadres geeft, dan zeg ik dat ze je moet bellen.’ Godver kut. Laat me met rust. Ik moet zo op en ik zit er helemaal niet in. Oh, en waar is in vredesnaam mijn boek. Waar is mijn boek? Oh nee, waar heb ik dat boek gelaten? ‘Ja, anders mailt ze mij een keer. Leuk hoor, moet ze zeker doen. Het adres is winniedepoeh@live.nl.’ ‘Winniedepooh? Met dubbel O?’ ‘Eehm, ja hoor.’ Ik kijk naar buiten, en daar staat de locatiemanager te seinen dat we op moeten.
Dit weekend stond ik op het Café Theater Festival met mijn (onze) eigengemaakte voorstelling Get in Her Mind, Get in Her Bed. Het was ontzettend leuk, maar ik ben dat weekend zes keer gestorven aan decompensatio cordis theatrum, beter bekend als theatraal hartfalen. Zes keer ben ik gestorven, en niet een beetje, maar ik was echt goed dood. Net als mijn medespeler en -maker, die het hele weekend gerookt heeft als een ketter en iedere keer 5 minuten voor aanvang mij vroeg of het toch niet een beter idee was dat we een ander vak zouden uitkiezen. Kennelijk zijn wij allebei niet zo goed in survivallen, wat in mijn geval best gek is aangezien ik al vanaf mijn dertiende de SAS survival guide in huis heb. Na het zesde overlijdensgeval dit weekend heb ik de gids dus maar weer eens uit de kast gehaald, om te kijken wat ik er van zou kunnen leren. De SAS survival guide stelt dat overlevingsvaardigheden als een piramide in elkaar zitten; de onderste laag is de wil om te overleven, de tweede is kennis (waarmee je zelfvertrouwen krijgt en angsten verdwijnen, aldus de gids. Zelf denk ik dat ik hier de mist in ga: ik weet er niet veel meer van, maar er was zeker weten angst.) De derde laag is training, waarmee je vaardigheden kweekt en onderhoudt. De top van de piramide, ten slotte, is de ‘kit’, oftewel de spullen die je bij je hebt die je helpen te overleven. Ik heb zelf best wel veel spullen, maar niet veel waarvan ik denk dat ze me helpen overleven. Ik overweeg daarom om voortaan iets meer kapmessen te kopen, en iets minder boeken. Op dit moment bezit ik namelijk best veel boeken en vrijwel geen kapmessen, en het lijkt me dat dit mijn overlevingskansen aanzienlijk beperkt. Ik wijt de twaalf sterfgevallen van dit weekend dan ook aan het volledig ontbreken van kapmessen gedurende de gehele periode, en zeker gedurende het moment dat er in het naburige café, dat wij als toevluchtsoord gebruikten, een dronken stamgast vastberaden was te zorgen dat zijn vriendin in mijn volgende voorstelling zou gaan spelen. Natuurlijk dien je rekening te houden met dit soort dingen als je in een café gaat spelen, en nu vind ik het zelf vooral bijzonder hilarisch, maar op dat moment even niet. Het blijft iets geks, die rare angst die je hebt voordat je op moet. Hoe vaak je ook gerepeteerd hebt, en hoe vaak je ook gespeeld hebt, je komt er nooit helemaal vanaf. En misschien is dat maar goed ook; zonder die spanning zou ik veel minder goed spelen. Dus juist als er iemand is die mij afleid van mijn concentratie met bijbehorende zweetoksels moet diegene vervloekt worden en gehaat totdat de voorstelling voorbij is. Nu moet ik bekennen dat ik betreffende stamgast daarna niet ineens een heel sympathiek individu vond, want hij was niet zo heel erg aardig (in tegenstelling tot wat hij van zichzelf dacht), maar ik vind het na afloop van de voorstelling in ieder geval ineens allemaal een stuk minder relevant. Want wat blijft het toch leuk om te spelen, en wie was eigenlijk die vent die mij voor aanvang lastig viel? En heb je gezien hoeveel mensen ons in vreemde kroegen aan schoten om ons te vertellen hoe leuk ze onze voorstelling vonden? Ja, en hoorde je hoe hard ze lachten toen je van je trapje viel? Geniaal. Wat kan mij die dronken idioot eigenlijk schelen. Ik wil gewoon nog een keer op!Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Hoe word ik theaterbezoeker in Amsterdam?

Om een theaterbezoeker te worden in onze geliefde hoofdstad gelden er een aantal ongeschreven regels die u dient na te leven om volledig geaccepteerd te worden in de kringen waar u zo graag toe wilt behoren. Aangezien het seizoen over enkele weken weer begint vindt u hier een korte handleiding met een aantal tips om bij uw eerste bezoek direct over te komen als een doorgewinterde kenner.
De voorbereiding en aankomst: wanneer u onderweg gaat naar het theater dient u er voor te zorgen dat u het juiste toilet maakt, zodat ook onbekenden u direct zullen herkennen als iemand die erbij hoort. De dames dienen zich te kleden volgens de laatste mode, met een ‘eigen stijl’ waardoor u er nonchalant en tegelijkertijd zeer verzorgd uitziet. Dit kan door bijvoorbeeld een wijde broek of een mooie jurk te dragen met daarbij pumps van een zeer bekend modehuis. Een wat gewaagdere mogelijkheid is het haar te dragen in een knot, die niet netjes in de nek is opgerold, maar als een losse flodder boven op het hoofd is bevestigd. Hierbij draagt u dan wel een wonderschone jurk, die uw figuur uitstekend doet uitkomen. De make-up dient eruit te zien alsof u geen make-up draagt. Voor de heren geldt vrijwel hetzelfde concept; de combinatie van nonchalant edoch netjes werkt altijd. Een mooie V-hals op een oude spijkerbroek bijvoorbeeld, met het haar strak geregisseerd (het liefst in een hippe vorm van de gereformeerde scheiding) en donkerblauwe bootschoenen is een goede optie. U dient, teneinde gezien te kunnen worden, iets voor aanvang te arriveren in het theater. Hierdoor heeft u voldoende tijd om uzelf, eventueel in aanwezigheid van uw gevolg, van een consumptie te voorzien. Het liefst drinkt u witte wijn, maar indien gewenst is ook bier of appelsap (het liefst biologisch) toegestaan. Ook hiermee zegt u dat u regelmatig bezoeker bent en verstevigt u uw positie. Zorg ervoor dat u in het bezit komt van een programmaboekje van de voorstelling die u gaat bezoeken. De informatie uit dit boekje heeft u in een later stadium nodig om goede indruk te kunnen maken op uw vrienden en eventuele omstanders. Na het consumeren van het drankje begeeft u zich naar de zaal (let er hierbij op dat u zeker weet dat de zaal al open is. U bent veel te goed om voor een gesloten deur te staan wachten), alwaar het zaak is dat u direct naar de juiste plaats toeloopt; u wilt niet overkomen alsof u nog nooit voet heeft gezet in dit theater. Om uw positie te verstevigen heeft u kaarten gekocht in de zaal, ergens rond rij 8 in het midden, of op de eerste rij van het eerste balkon. Bij laatst genoemde kunt u direct plaats nemen, aangezien u daar in het directe zicht zit van een ieder die het waagt omhoog te kijken. Zit u echter in de zaal? Dan is het aan te bevelen dat u even wacht totdat het meerendeel van de mensen zit. Hierna kunt u zich in de zaal vervoegen waar iedereen zal zien hoe u zich zetelt op de duurste plaats van het huis.
Het verblijf: Nu u eenmaal zit dient u de laatste minuten voor aanvang te gebruiken om het hele programmaboekje grondig door te lezen. Onthoud vooral goed wat er staat over de lagen die de regisseur heeft willen accentueren. Kies een aantal mooie frasen uit die u, met behulp van wat synoniemen, tot uw eigen woorden maakt. Dit geschied uiteraard allemaal in het hoofd, waar u de nieuw gevormde zinnen in uw geheugen grift. Zorg er te allen tijde voor dat uw mobiele telefoon uitgeschakeld staat. Er is geen grotere gêne voor de theaterbezoeker dan degene te zijn wiens telefoon de voorstelling verstoort. Bij het dimmen van het licht doet u even alsof u nog iets uit uw tas of zak goed legt, waardoor u ongemerkt nog even met de brits heen en weer kunt schuiven zodat u comfortabel zit. Tijdens het kijken naar de voorstelling gaat u volledig op in het verhaal, waarbij u geen woorden wisselt met de mensen om u heen. U dient nooit te lachen. Zelfs wanneer het een komedie betreft is het niet gepast om te lachen bij een theatervoorstelling. We hebben het hier over hogere kunst, en die dient, met al zijn ironische bedoelingen, zeer serieus genomen te worden. Is er een pauze in het programma, dan kunt u zich in de foyer vervoegen, waar u zich nogmaals tegoed kunt doen aan een van bovenstaande drankjes. Het is af te raden op dit moment al commentaar te leveren op hetgeen zich op het podium heeft afgespeeld. Indien u wordt gevraagd naar uw mening over het een of ander aangaande de voorstelling is het een zeer goed idee om hier te antwoorden met ‘Ik moet een voorstelling altijd (let hier op het woord ‘altijd’, alsof u iedere dag in de zaal zit) even laten binnenkomen. Ik kan er nu nog niets over zeggen.’ Hierna kunt u zich verwaardigen een conversatie te beginnen over hoe licht het nog buiten is in deze tijd van het jaar. De echte ultra kan zich vooraf inlezen in de kunst die vaak in foyers te vinden is, en uw gezelschap verblijden met een college over de betreffende kunstenaar of het kunstwerk.
Na afloop: Aan het eind van de voorstelling begint het applaus. De eerste ronde blijft u zitten, maar wanneer de acteurs de tweede maal opkomen om applaus te halen dient u te gaan staan. Het is aan te bevelen als eerste te gaan staan, vooral wanneer u niets van de voorstelling begrepen heeft. U vangt hiermee namelijk de blik van de mensen om u heen en zelfs die van de acteurs. Bij het verlaten van de zaal dient u zich niet te haasten, en nog niet te spreken over de voorstelling. Pas wanneer u opnieuw in de foyer bent, waar u wederom aan een chardonnay staat te nippen, kunt u de conversatie openen. Hoewel de etiquette wellicht zou voorschrijven dat u een ander eerst vraagt naar de mening is het in dit geval beter om zelf te beginnen met een korte kreet (‘Indrukwekkend!’), waarna de ander hierop kan inhaken. De kans is groot dat uw gezelschap niets van wat u in het programmaboek heeft gelezen terugzag in de voorstelling. Deze zal zich daarom snel voegen bij uw mening, maar daarin zeer oppervlakkig blijven. Dit het is moment waarop u uw eerder geleerde zinnen tevoorschijn haalt en komt met diepgaande inzichten over de bedoeling van de regisseur en de dramaturgie van de voorstelling, waarbij u vervolgens kunt aangeven of dit bij u wel of niet goed is overgekomen. Omstanders zullen hierbij vooral veel knikken en ‘ja, inderdaad’ zeggen. Krijgt u het idee dat uw gezelschap er meer kaas van heeft gegeten dan u? Verander dan vlug van onderwerp, of zeg dat u naar huis moet. Na afloop van dit onderhoud kunt u zich langzaamaan bewegen richting de uitgang van het theater, waar u door middel van één zoen op de wang afscheid neemt en u zich al fietsend naar huis begeeft. Vergeet niet om, in uw domicilie aangekomen, de sociale media even op de hoogte te stellen van uw aanwezigheid in het betreffende theater.Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

© 2020 Ondoenlijk

Theme by Anders NorenUp ↑