Ondoenlijk

Winnie's website

Tag: trein

Een helpende hand

Er kwam een metalen mandje op mij af dat voor een kort ogenblik zich zonder enige vorm van menselijke of andersoortige interventie leek voort te bewegen. Toen kwam er (ha, dus toch! dacht ik) een hand en toen een heleboel tassen met een mevrouw eraan vast. Ze had patatjes in haar hand. Niet los natuurlijk, dat zou idioot zijn, maar in zo’n bakje dat breder is dan het hoog is en waarvan je altijd hoopt dat ze het bij de patatboer goed volstoppen. Zo vol dat de patatjes een op elkaar gestapeld bergje vormen dat boven het bakje uittorent. Zo vol dat je tevreden knikt als je het meeneemt, en een korte paar seconden met groot genoegen kijkt naar de patatjes die je straks gaat verorberen. Zo vol dat je na die paar seconden je ineens realiseert dat het helemaal niet praktisch is dat het bakje zo vol zit, omdat je veel te veel tassen en een onhandig mandje mee hebt om de patatjes effectief te kunnen vervoeren naar de treinstoel van je keuze. Waardoor je de hele weg angsten uitstaat over de ineenstorting van het bergje patat en visioenen hebt waarin alle patatjes op de vloer liggen en er niets inkomt van die verrukkelijke snack. “Sorry,” zei de mevrouw, alsof zij en niet het mandje net bijna in mijn gezicht terecht was gekomen. “Geeft niet,” zei ik, alsof het geen probleem was om een metalen mandje in mijn gezicht te krijgen. Ik keek naar de rij voor me waar de vrouw onhandig een plekje in beslag nam en dacht erover mijn hulp aan te bieden, maar deed dat niet, wat eigenlijk alleen maar kwam omdat het nog net niet onhandig genoeg ging om hulp te krijgen. Blijkbaar ben ik pas bereid een helpende hand uit te steken als iemand echt faliekant onderuit gaat. En waarschijnlijk wil ik dan ook nog dat die mensen hun patatjes aan mij geven als dank voor mijn onbaatzuchtige daad.

Ik ben helemaal niet boos, ik heb gewoon rare schoenen aan.

Mijn hele volwassen leven reis ik al ‘s avonds met de trein. Vaak heb ik mensen horen vragen of ik dat niet eng vind, want er zijn zoveel enge mensen op straat ‘s avonds. Dat vind ik zelf niet, maar er zijn wel vaak wat vreemde figuren aanwezig, wiens gedrag ik graag bestudeer teneinde zelf niet zo te eindigen. Nu was ik gisteren, sinds lange tijd (ik ben inmiddels trotse eigenaar van een auto die mij de nachtelijke treinreizen bespaart) weer eens ‘s avonds laat op een station. Leiden Centraal om precies te zijn, waar ik moest overstappen op de trein naar Schiphol. Vlak naast mij stond een stel dat een discussie had over het één of ander. Het werd me al snel duidelijk dat het eigenlijk een ruzie was, vermomd als discussie, omdat ze zichzelf veel te beschaafd vonden voor zoiets banaals als ruzie. Of althans, zo interpreteerde ik het: de man deed alsof hij rustig was, maar ondertussen was elke opmerking doordrenkt van het sarcasme en weigerde hij directe antwoorden te geven op de vragen van de vrouw. De vrouw was hartstikke vrolijk, behalve dat ze dat niet was, omdat ze heel erg kwaad was op de man. In de trein gezeten (uiteraard ging ik op het bankje naast ze zitten, om de ruzie te kunnen volgen) kwam ik erachter dat dit stel de uitzonderlijke gave bezit om ruzie te maken over helemaal niets, en dan wel op zo’n manier dat het ook nog een beschaafd gesprek lijkt. Het onderwerp van discussie was een lunch die de man had gepland in de ‘ruimte die ze samen deelden’, terwijl de vrouw daar niets van wist. Ik weet niet of de benaming van deze ruimte nu de hipster versie van het woord ‘huis’ was of een werkruimte; dat zeiden ze er niet bij. Zelf denk ik het laatste, want de vrouw had in haar hoofd dat ze die dag samen zouden kunnen gaan werken aan die ene opdracht die ze binnen hadden gekregen. Juist een lunch is bij uitstek de tijd voor een goede brainstormsessie, aldus de vrouw. Ze waren ongetwijfeld visueel designers van de een of andere soort; dat was duidelijk te zien aan de schoenen van de vrouw. Daarbij waren ze allebei van het type die je zouden kunnen vragen naar je mening over het werk van Anna Betbeze, en ik verdacht de vrouw ervan wel eens een boom geknuffeld te hebben. Designers dus, en ze delen een werkruimte die ook geschikt is om te lunchen met vrienden, maar waarvan het wel handig is als je dat van tevoren even aankondigt. De vrouw zei tegen de man dat zij ook een paar weken tevoren iets aan hem had laten weten toen ze ‘s avonds een feestje had in de ruimte die ze samen deelden. Dat vond zij heel normaal. ‘Zal ik anders in een andere coupé gaan zitten?’ vroeg de man. Nee, lachte ze, alsof ze helemaal niet boos was. Dat was nergens voor nodig. Ze waren toch volwassen mensen en bovendien was ze helemaal niet boos, maar wilde ze het er gewoon even over hebben. Had ze trouwens al gezegd dat ze niet boos was? Om te vermijden dat ze een ruzie kregen leek het of ze allebei hadden bedacht dat het beter was om alles bij het hypothetische te laten: ‘Stel,’ zei de vrouw, ‘je deelt een ruimte samen. Dan vind jij het toch ook niet leuk als ik iets plan en daar niets over zeg tegen jou?’ ‘Daar weet jij niets van,’ zei de man. Hij wees haar erop dat zij hem niet was, en dat ze zodoende nooit kon weten hoe hij daar over dacht. Hij had nou eenmaal minder moeite met dat soort spontaniteit. ‘Ja,’ moest de vrouw toegeven, na een korte stilte, waarin ze ongetwijfeld een denkbeeldige boom had omhelsd om rustig te blijven. Het was waar, zij kon nooit precies weten hoe een ander zich voelde. Je bent nou eenmaal alleen maar jezelf en je bewandelt niet het pad van de ander, ook al ben je nog zo nauw met elkaar verbonden. ‘Zo is het maar net,’ zei de man, ‘en daarom heb ik dus niets gezegd. Ik vind zulke dingen gewoon niet zo’n probleem als jij.’ ‘Nee, maar ik had wel gedacht dat je met mij zou willen werken aan de nieuwe opdracht. Als we de juiste informatie hadden gehad hadden we direct aan de slag gekund.’ ‘Ja, maar dat is nu helemaal niet aan de orde. We kunnen nog niets beginnen.’ ‘Nee, maar ik dacht van wel,’ zei de vrouw. Zo ging de ‘discussie’ nog even voort, terwijl ik leerde dat het eigenlijk helemaal nergens over ging. Een lunch die eigenlijk geen probleem was, werk aan een opdracht waar ze nog helemaal niet aan konden beginnen en ruzies die geen ruzies waren, maar beschaafde discussies. Ik vond de vrouw een beetje zielig. Het leek alsof ze een keer naar een cursus op Buitenkunst was geweest, waar ze haar hadden geleerd dat alle problemen altijd bij jezelf liggen en dat je daarom je woede altijd intern moet oplossen en niet bij de ander mag neerleggen. En dat je vooral geen beschuldigingen mag uiten, tenzij je er hardop bij lacht om te laten zien dat jij jezelf ook niet echt serieus neemt. Het was zielig, omdat de man niet gewoon zei dat hij het wel even had kunnen zeggen, en omdat ze nu waarschijnlijk naar huis ging (of naar de ruimte die ze samen deelden) en daar een kopje thee nam om zichzelf te kalmeren, in plaats van haar hoofdkussen uiteen te rijten met een slagersmes, waar ze overduidelijk veel meer zin in had. Aan de andere kant dacht ik: Je bent wel een zeikerd. Je bent een volwassen vrouw, er is helemaal niets aan de hand, en je had ook normale schoenen aan kunnen trekken.

© 2024 Ondoenlijk

Theme by Anders NorenUp ↑